Wanneer u eigenaar wordt of bent van een eigen woning stelt de belastingwet dat u een vast bedrag dient op te tellen bij uw belastbaar inkomen in box 1. Dit bedrag wordt eigenwoningforfait genoemd en komt voort uit de gedachte dat u voordeel behaald met een eigen woning ten opzichte van iemand die huurt. Het bedrag is een percentage van de fiscale waarde van de woning. Deze waarde wordt door de gemeente waar u woonachtig bent vastgesteld. Na vaststelling geeft de gemeente een WOZ-verklaring af. WOZ staat voor Waardering Onroerende Zaken. Als het eigenwoningforfait hoger is dan het bedrag van de op de woning drukkende aftrekbare lasten, wordt het eigenwoningforfait verlaagd tot het bedrag van de aftrekbare lasten. Deze verlaging wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld genoemd.
Het bedrag dient u alleen op te tellen indien de woning permanent tot het huishouden behoort en als hoofdverblijf ter beschikking staat. Tweede woningen of verhuurde onroerende zaken en monumentenpanden die geen dienst doen als eigen woning worden gezien als een bezitting. Bezittingen worden belast in box 3.
Het eigenwoningforfait en de aftrekbare rente vallen in box 1. Samen met de inkomsten uit salaris, pensioen, sociale uitkering, auto van de zaak en winst uit onderneming wordt het belastbare inkomen uit box 1 gevormd. "Het belastbare inkomen uit werk en woning".
Als de WOZ-waarde meer is dan
Maar niet meer dan
Bedraagt het forfaitpercentage
€ --
€ 12.500
nihil
€ 12.500
€ 25.000
0.20%
€ 25.000
€ 50.000
0.35%
€ 50.000
€ 75.000
0.45%
€ 75.000
en hoger
0.60%
Over het belastbare inkomen uit werk en woning dient u een tarief te betalen.
1e schijf
€ -
€ 16.893
34.40%
2e schijf
€ 16.893
€ 30.357
41.95%
3e schijf
€ 30.357
€ 51.762
42%
4e schijf
€ 51.762
>
52%
Voor 65 plussers gelden andere percentages
1e schijf
€ -
€ 16.893
16.50%
2e schijf
€ 16.893
€ 30.357
24.05%
3e schijf
€ 30.357
€ 51.762
42%
4e schijf
€ 51.762
>
52%